- Home
- Rekendidactiek
- Motivatie en zelfregulatie
Motivatie en zelfregulatie bij rekenen
Deze pagina hoort bij rekendidactiek en gaat over de vraag die in elke teamkamer valt: waarom doet die student niet mee met rekenen.
Motivatie is zelden een eigenschap
In de dagelijkse taal is motivatie iets wat je hebt of niet hebt. In motivatietheorie is het eerder een uitkomst. Self-determination theory beschrijft drie basisbehoeften die bepalen of motivatie ontstaat en blijft: autonomie, iets te kiezen hebben; competentie, merken dat je iets kunt; en verbondenheid, iemand die meekijkt en voor wie het uitmaakt.
Dat verklaart waarom aanmoedigen zo weinig oplevert bij een student die al jaren tegen rekenen aanloopt. Het gesprek gaat over inzet, terwijl geen van de drie behoeften wordt geraakt. Er verandert niets aan de keuze, niets aan het gevoel iets te kunnen, en de aandacht die er is, gaat over wat er niet gebeurt.
Vermijden lijkt op onwil
Bij rekenen komt er iets bij. Een student die niet begint, kan de stof niet begrijpen, of de situatie liever ontlopen omdat rekenen spanning geeft. Van buiten ziet dat er hetzelfde uit. Wie het als onwil leest, bevestigt precies wat de student al vermoedde: dat het aan de persoon ligt. Waar je dat aan herkent, staat op rekenangst herkennen in de les.
Zelfregulatie vraagt zicht
Zelfregulatie is kunnen bepalen waar je aan gaat werken, merken hoe het gaat, en bijsturen. De eerste stap valt vaak om: kiezen kan alleen wie weet waar die staat. Een student die geen beeld heeft van het eigen rekenen, kiest niet, maar gokt, en gokken voelt niet als iets bijdragen.
Daarom hangt dit samen met het open leerlingmodel: een leeromgeving die haar eigen beeld van de student zichtbaar maakt, geeft die student iets om mee te sturen.
Wat in de les werkt
- Maak de stap klein genoeg dat lukken waarschijnlijk is, niet mogelijk.
- Geef iets te kiezen, ook als de keuze klein is.
- Benoem wat er al staat, voordat je benoemt wat de volgende stap is.
- Haal de tijdsdruk eruit; een klok raakt competentie en autonomie tegelijk.
- Zorg dat vooruitgang zichtbaar wordt, ook als die klein is.
De eerste en de vierde gaan over hetzelfde als de juiste moeilijkheidsgraad: te makkelijk verveelt, te moeilijk laat los, en daartussen zit de smalle band waarin iemand blijft.
Veelgestelde vragen
Waarom lijkt een student ongemotiveerd bij rekenen?
Omdat vermijden er van buiten uitziet als niet willen. Vaak gaat het om iets anders: een situatie die spanning geeft, of een reeks ervaringen waarin moeite doen niets opleverde. Reageren op de motivatie verandert dan niets, omdat de oorzaak ergens anders zit.
Wat zegt de motivatietheorie hierover?
Self-determination theory beschrijft drie basisbehoeften: autonomie (iets te kiezen hebben), competentie (merken dat je iets kunt) en verbondenheid (iemand die meekijkt en het uitmaakt). Worden die niet vervuld, dan neemt motivatie af, ongeacht hoeveel er wordt aangemoedigd.
Wat is zelfregulatie bij leren?
Kunnen bepalen waar je aan gaat werken, tijdens het werken merken hoe het gaat, en op basis daarvan bijsturen. Het vraagt dus zicht op waar je staat: zonder dat beeld is kiezen niet meer dan gokken.
Helpt belonen bij rekenen?
Een beloning kan gedrag op korte termijn sturen, maar verplaatst de aandacht naar de beloning in plaats van naar de taak. Wat duurzamer werkt, is dat een student merkt dat een stap lukt die eerst niet lukte. Dat is competentie, en die is niet uit te delen.
Wat kan een docent doen?
De stap klein genoeg maken dat lukken waarschijnlijk is, iets te kiezen geven, en benoemen wat er al staat in plaats van wat ontbreekt. Dat is geen zachte aanpak; het is de aanpak die de drie behoeften raakt in plaats van eromheen praat.