Kom je een term tegen die je niet kent? Hieronder leggen we de belangrijkste rekenbegrippen uit het mbo kort en duidelijk uit.
Alle begrippen
- Affective-Reflective Theory
Wat is Affective-Reflective Theory? Uitleg over de automatische reactie die aan het nadenken voorafgaat, en wat dat betekent voor rekenen en rekenangst.
- Amygdala-regulatie
Wat betekent amygdala-regulatie in het onderwijs? Uitleg over het hersengebied dat bij dreiging als eerste reageert, en wat dat betekent voor de rekenles.
- COM-B-gedragsmodel
Wat is het COM-B-model? Uitleg over capability, opportunity en motivation als voorwaarden voor gedrag, en wat dat betekent voor de rekenles.
- Dyscalculie
Wat is dyscalculie? Korte uitleg, en wat het kan betekenen voor het rekenexamen in het mbo, zoals een aangepast examen.
- Functionele gecijferdheid
Wat is functionele gecijferdheid in het mbo? Uitleg: rekenen in situaties die je in je werk en dagelijks leven tegenkomt, in plaats van kale sommen.
- Instellingsexamen
Er is geen landelijk centraal rekenexamen meer in het mbo: je eigen opleiding stelt het examen samen en neemt het af. Wat dat betekent voor jouw examen.
- Referentieniveaus 2F en 3F
2F en 3F waren de landelijke referentieniveaus voor rekenen. In het mbo zijn ze vervangen door de herijkte rekeneisen met rekenniveau 2, 3 en 4.
- Rekenkaart
De rekenkaart is een vastgestelde opzoekhulp bij het rekenexamen mbo. Wat erop staat, wat hij wel en niet voor je doet, en wie bepaalt of je hem mag gebruiken.
- Rekenniveaus mbo (2, 3 en 4)
Er zijn drie rekenniveaus in het mbo: 2, 3 en 4. Globaal loopt het mee met je opleidingsniveau, en op een hoger rekenniveau examen doen mag altijd.